13 juni 2015

Voedselkeuze

Onder het mom van 'probeer eens iets anders' is dit blog er ook in video-vorm!

Dieren zijn globaal in te delen in drie groepen: herbivoren (planteneters), carnivoren (vleeseters) en omnivoren (alleseters).

Toch eten carnivoren ook plantaardig voedsel. Ongeveer 7% van het dagelijkse voedsel van wilde hond-, kat- en marterachtigen in Oost-Europa bestaat zelfs uit planten.
Het gaat hierbij dan niet alleen om plantenresten uit de maaginhoud van prooien. Ze kiezen vooral voor het eten van grassen, maar ook groente en fruit wordt weleens geconsumeerd. Men denkt dat dit komt omdat carnivoren ook vitaminen nodig hebben.

Minder bekend is het feit dat planteneters ook weleens vlees snacken!
En dan heb ik het niet over incidentele rupsen en insecten op groenteblaadjes...
Kijk en huiver:
 

Er wordt gedacht dat dit gedrag te verklaren is door een mineralen-tekort. Met name een tekort aan calcium wordt vaak genoemd.

Verder zijn er dieren die gedurende het jaar van dieet veranderen. Mezen zijn insecteneters in de zomer en zaadeters in de winter. Hun maag verandert dan zelfs! Voor het verteren van harde zaden is een dikkere, gespierde maagwand nodig. Dit is natuurlijk ook een noodgedwongen aanpassing: in de winter zijn er nu eenmaal niet veel insecten te vinden. (Lees ook Bloeddorstige zangvogeltjes!)
In de zomer is hun maag dus kleiner en dat komt goed uit, want hierdoor is er meer ruimte voor de geslachtsorganen die zich elk broedseizoen ontwikkelen.

De indeling herbivoor-carnivoor-omnivoor is natuurlijk niet compleet overbodig: het geeft wel de belangrijkste voedselbron van een dier aan.


Referenties:
Reig, S., & Jędrzejewski, W. (1988). Winter and early spring food of some carnivores in the Białowieża National Park, eastern Poland. Acta theriologica, 33(1-11), 57-65.
Biró, Z. S., Lanszki, J., Szemethy, L., Heltai, M., & Randi, E. (2005). Feeding habits of feral domestic cats (Felis catus), wild cats (Felis silvestris) and their hybrids: trophic niche overlap among cat groups in Hungary. Journal of Zoology, 266(2), 187-196.