13 december 2015

Dierenliefde

Kennen dieren ook liefde? En welke dieren zijn monogaam?
Studenten Media, Informatie & Communicatie van de Hogeschool van Amsterdam vroegen me of ik daar wat over wilde vertellen in hun radio-programma. Ik vond het zo'n leuk onderwerp dat ik besloten heb er ook een blog aan te wijden.

Liefde
Kunnen we bij dieren wel spreken over liefde? Ik zou zeggen: liever niet. De term "liefde" roept bij mensen sterke emoties op. Als we bij het bestuderen van dieren beïnvloed worden door onze eigen emoties is de kans groot dat we die gevoelens projecteren op ons studieobject. In de wetenschap proberen we juist om zo objectief mogelijk te zijn, omdat we willen voorkomen dat we verkeerde conclusies trekken. Daarom gebruiken Biologen liever een meer neutrale term zoals het vormen en versterken van de paarband.
Daarentegen is het wel zo dat dezelfde hormonen en neurotransmitters die bij mensen voor een verliefd gevoel zorgen (endorfine, dopamine en als belangrijkste het "knuffelhormoon" oxytocine) ook bij dieren in verband worden gebracht met het vormen van de paarband en een monogame levensstijl.

Monogamie
Echte monogamie is zeer zeldzaam in het dierenrijk. Er wordt geschat dat minder dan 10% van de zoogdieren monogaam leeft. Voorbeelden vinden we vooral binnen de primaten (orang oetans, gibbons, gouden leeuwaapjes), maar bijvoorbeeld ook bij stokstaartjes en wolven. Bij vissen, reptielen, amfibiën en insecten komt monogamie ook voor, maar is het nog veel zeldzamer. Vogels zijn dieren waar monogamie meer regel is dan uitzondering. Wel 90% van alle vogelsoorten leeft monogaam.
Maar, sinds we met DNA-technieken kunnen onderzoeken welke dieren genetisch aan elkaar verwant zijn weten we dat veel dieren die monogaam lijken te leven toch veelvuldig vreemd gaan. In een nest kool- of pimpelmeesjes kan wel 30% van de jongen een andere vader hebben. Extra-pair copulations noemen we dat. Er vinden ondanks een sociaal monogame levensstijl toch copulaties buiten het paar plaats.

Waarom vreemdgaan?
Het belangrijkste doel van elk levend wezen is het doorgeven van de genen. Voor dieren is het heel belangrijk dat hun nakomelingen gezond en vruchtbaar zijn. En het liefst ook heel gevarieerd in hun genetische opmaak. Omdat de wereld om ons heen constant verandert is het niet te voorspellen welke eigenschappen in de toekomst belangrijk gaan zijn. Een fel-gekleurd mannetje kan nu de beste keus lijken, maar een paar generaties verder zijn de dof-gekleurde mannetjes misschien beter aangepast. Daarom is het voor een vrouwtje verstandig als ze haar kansen spreidt door jongen van een fel-gekleurd, maar ook van een dof-gekleurd mannetje te krijgen.

Waarom monogaam zijn?
Bij veel vogels en primaten hebben de jongen zeer veel zorg nodig. Daar zijn twee ouders voor nodig. Daarom is het voor deze dieren verstandig om ervoor te zorgen dat ze een sterke band hebben met hun partner, zodat ze samen voor hun nageslacht kunnen zorgen.
Er is een hypothese die vermoedt dat bij primaten een andere reden de drijvende kracht achter een monogame levensstijl is: het voorkomen van infanticide. Er zijn dieren (denk aan gorilla's en leeuwen) waarbij de mannetjes jongen vermoorden die niet van hen zijn. Voordeel daarvan is dat ze geen energie hoeven te verspillen aan het beschermen van andermans jongen en bovendien wordt het vrouwtje sneller weer ontvankelijk voor een nieuwe zwangerschap. Voor de moeders is dat natuurlijk een enorme tegenslag. Om de kans op zo'n enorm verlies te verminderen is het verstandiger om monogaam te leven.

En bij mensen?
Mensen zijn ook dieren. Mensen en dieren lijken op heel veel punten dan ook veel op elkaar. Maar een groot verschil is onze levenswijze. Dieren moeten veel meer moeite doen om te overleven. Bij mensen is de voortplantingsdrang verminderd. Er zijn immers steeds meer mensen bewust kinderloos of we krijgen maar weinig kinderen. Daarnaast is het bij mensen ook minder erg als één van onze kinderen een klein genetisch defect heeft. Door de medische wetenschap kunnen we veel foutjes oplossen. Wilde dieren hebben die luxe niet.

Lees ook mijn blog over Spermacompetitie en Travestie bij dieren

28 november 2015

Bezorgde moeders en zelfstandige kids

Koevogels (Molothrus ater) leggen net als koekoeken hun eieren in de nesten van andere vogels. Zo wordt hun kuiken opgevoed door pleegouders en hoeven ze zelf geen vleugel uit te steken... Toch blijkt dat moeder koevogel haar jong niet compleet in de steek laat. Ze blijft in de buurt van het nest en houdt een oogje in het zeil. Als de pleegouders het vreemde ei opmerken en uit het nest verwijderen neemt ze wraak! Ze vernielt het nest met de overgebleven eieren zodat de pleegouders elders opnieuw moeten beginnen. Misschien krijgt ze dan een tweede kans om haar ei in hun nest te dumpen.

Ook als het jonge koevogeltje uitgekomen is, is de taak van haar biologische moeder nog niet voorbij. Ze blijft op afstand haar jong in de gaten houden. Als het koevogeltje bedelt, roept haar echte moeder terug. Mogelijk speelt dit een rol bij het inprenten: het koevogeltje wordt opgevoed door ouders van een andere soort, maar als ze later zelf groot is moet ze zich als een koevogel gedragen en niet zoals haar pleegouders. Als kuiken moet het echter wel toneelspelen en de kuikens van de gastoudersoort imiteren. Best verwarrend voor die kleine koevogels!


Inprenten
is een leerproces tijdens een bepaalde gevoelige periode met betrekking tot de sociale identiteit (zoals: 'wie is mijn moeder' of bij seksuele imprinting: 'wie moet ik als partner kiezen'). Uit onderzoek is gebleken dat koevogels wel degelijk gevoelig zijn voor inprenten. Wanneer een koevogelkuiken in een experimentele omgeving 24 uur per dag bij de gastoudersoort opgesloten wordt, zal het in zijn latere leven niet weten dat het een koevogel is maar zich gedragen als de gastoudersoort.

Waarom gebeurt dit in het wild dan niet?
Recent is ontdekt dat jonge pas-uitgevlogen koevogels in het wild 's nachts alleen op pad gaan. Ze verlaten hun gastoudernest in het bos, om naar open velden te gaan. Volwassen koevogels brengen namelijk de meeste tijd op open velden door. Daar vinden ze hun belangrijkste voedselbron (zaden) en kunnen ze soortgenoten ontmoeten.
's Ochtendsvroeg keren ze weer terug naar hun pleegouders, want die blijven ze ook na het uitvliegen nog enkele weken voeren. Er werd gedacht dat moeder koevogel het kuiken het bos uit lokte, maar uit zenderonderzoek blijkt dat het kuiken toch echt helemaal alleen op stap gaat. Er is dus geen sprake van een ontroerende, nachtelijke reünie tussen biologische moeder en koevogelkuiken. Waarschijnlijk is instinct de drijvende kracht achter dit gedrag.

Als de jonge koevogel zelfstandig is, voegt ze zich bij een groep juveniele koevogels. Daar leert ze verder hoe zich te gedragen als een koevogel en zal ze ook een partner kunnen vinden.

Lees ook mijn eerdere blog over Broedparasitisme, maffiavogels en stinkbommen.

Of kijk mijn videoblog:


Referentie:
Louder, M. et al. (2015) Out on their own: a test of adult-assisted dispersal in fledgling brood parasites reveals solitary departures from hosts. Animal Behaviour, Vol.110: 29-37. doi:10.1016/j.anbehav.2015.09.009

1 oktober 2015

Zien dieren ook optische illusies?

De ogen zijn voor de mens het belangrijkste zintuig. Maar onze hersenen vertalen zintuiglijke informatie niet altijd direct zoals het in werkelijkheid is. Soms denken we iets te zien dat er helemaal niet is!
Dieren zien de wereld anders dan wij. Dat komt doordat hun ogen op een andere manier zijn opgebouwd, door verschillen in de hersenen, maar bijvoorbeeld ook door de positie van de ogen in de kop. Zien zij optische illusies dan wel op dezelfde manier als wij?

Relatieve grootte
Bij de Ponzo illusie lijken strepen van gelijke lengte langer of korter doordat schuine lijnen een vals gevoel van diepte creëeren. Chimpansees, resusapen en duiven blijken deze illusie net als de mens te zien. Prieelvogels maken zelfs slim gebruik van deze illusie om hun zelfgemaakte prieel groter te laten lijken.

Vergelijkbare illusies, waarbij bepaalde delen in de afbeelding groter of kleiner lijken dan ze in werkelijkheid zijn, zijn onder andere de Müller-Lyer, Ebbinghaus en Delboeuf illusies.
Hoewel er wel verschillen zijn in de sterkte van de perceptie, worden deze illusies door veel verschillende soorten dieren waargenomen.
Chimpansees, resusapen en kapucijnapen zijn allemaal gevoelig voor dit gezichtsbedrog. En ook vogels en vissen trappen erin.

Dieet-tip: hou jezelf voor de gek!
Wil je afvallen of kan je geliefde viervoeter wel wat pondjes missen? Dan kan de Delboeuf illusie je daarbij helpen! Op een klein bord lijkt de hoeveelheid voedsel groter dan op een normaal bord en heb je dus minder het gevoel dat je streng aan het diëten bent!

Beweging
Er zijn ook illusies waarin we denken beweging te zien, zoals het bekende voorbeeld van de draaiende slangen.
Om te testen of vissen deze illusie ook zien werd aan zebravissen en guppies geleerd om naar een bewegend object te zwemmen. Daarna kregen ze de keuze tussen een afbeelding van de draaiende slangen en een illustratie die er veel op lijkt maar waarin voor mensen de illusie van beweging niet te zien is. Als vissen in het plaatje van de draaiende slangen, net als wij, beweging zien, zullen ze naar dat plaatje toezwemmen. En dat is precies wat ze deden! Zowel zebravissen als guppies kunnen de illusie dus zien!

Deze illusie kun je ook heel gemakkelijk bij je eigen huisdieren testen! Print onderstaand plaatje uit en kijk of ze er op reageren. Gedragen ze zich bij de optische illusie (a) anders dan bij (b) het stilstaande plaatje? Laat het me weten, ik ben benieuwd!

Afbeelding overgenomen van Nature.com - ScientificReports

Deze kat ziet hem duidelijk wel!

Wil je nog meer voorbeelden van optische illusies zien? Kijk dan eens op Akiyoshi's Illusion pages. Waarschuwing: van de beweging-illusies kun je een beetje duizelig of misselijk worden!

Benieuwd hoe verschillende dieren de wereld zien? Kijk dan naar onderstaand filmpje van BuzzFeed:

Referenties:
Fujita, K., Blough, D. S., & Blough, P. M. (1991). Pigeons see the Ponzo illusion. Animal Learning & Behavior, 19(3), 283-293.

Fujita, K. (1997). Perception of the Ponzo Illusion by Rhesus Monkeys, Chimpanzees, and Humans: Similarity and Difference in the Three Primate Species. Perception & Psychophysics, 59, 284-292. doi:10.3758/BF03211896
Suganuma, E., Pessoa, V. F., Monge-Fuentes, V., Castro, B. M., & Tavares, M. C. (2007). Perception of the Müller-Lyer Illusion in Capuchin Monkeys (Cebus apella). Behavioral Brain Research, 182, 67-72. doi:10.1016/j.bbr.2007.05.014
Nakamura, N., Fujita, K., Ushitani, T., & Hiromitsu, M. (2006). Perception of the Standard and the Reversed Müller-Lyer Figures in Pigeons (Columba livia) and Humans (Homo sapiens). Journal of Comparative Psychology, 120, 252-261. doi:10.1037/0735-7036.120.3.252

Parrish A.E., Brosnan S.F., Beran M.J. (2015) Do You See What I See? A Comparative Investigation of the Delboeuf Illusion in Humans (Homo sapiens), Rhesus Monkeys (Macaca mulatta), and Capuchin Monkeys (Cebus apella). Journal of Experimental Psychology: Animal Learning and Cognition. doi:10.1037/xan0000078
ScientificAmerican.com: An Optical Illusion As Seen By a Fish

Gori, S., Agrillo, C., Dadda, M., & Bisazza, A. (2014). Do fish perceive illusory motion? Scientific reports, 4 (6443). doi:10.1038/srep06443
Bååth, R. , Seno, T. & Kitaoka, A. (2014). Cats and Illusory Motion. Psychology, 5, 1131-1134. doi: 10.4236/psych.2014.59125

29 augustus 2015

Embryologie II: Van embryo tot baby

Embryonale ontwikkeling is één van de mooiste wondertjes der natuur!
Het begint met slechts 1 bevruchte cel en groeit uit tot een compleet nieuw organisme. Met behulp van de laatste technieken is die reis heel mooi te volgen.

Onderzoek
Bij dieren die eieren leggen die nagenoeg doorzichtig zijn, zoals bij sommige vissen en amfibieën, zijn de embryo's gemakkelijk te bestuderen. Bij vogels kun je de eieren na verschillende dagen bebroeding openmaken, maar dan zie je slechts een momentopname en bovendien sterft het embryo. Slimme wetenschappers in China hebben een doorzichtige eischaal ontwikkeld zodat ook de ontwikkeling en het gedrag van vogelembryo's gemakkelijker te volgen is.
Omdat bij zoogdieren de ontwikkeling in het lichaam van de moeder plaatsvindt, is het bij ons moeilijker om embryo's en foetussen te bestuderen. Maar door middel van echoscopie en endoscopie krijgen we een vergelijkbaar bijzonder kijkje in een vrouwenlichaam. Een aanrader zijn de prachtige foto's door Lennart Nilsson (door middel van endoscopie gemaakt).

Foto's door Lennart Nilsson

Gedrag
Embryo's en foetussen doen meer dan alleen maar groeien. Ze vertonen ook al gedrag!
Als je binnen enkele uren na de geboorte al moet kunnen rennen of je stevig moet kunnen vastgrijpen aan de vacht van je moeder, dan kun je die bewegingen maar beter vast oefenen. Gedrag dat mensenbaby's in de baarmoeder al oefenen is onder andere slikken (drinken), hikken, gapen en duimzuigen. Aan dat laatste kun je al zien of je kindje links- of rechtshandig is. En het drinken van vruchtwater blijkt een rol te spelen bij de voedselvoorkeur in het latere leven! Het dieet van de moeder bepaalt de smaak van het vruchtwater, dus wil je dat je kindje later geen moeilijke eter wordt, zorg dan dat je tijdens de zwangerschap veel verschillende voedingsstoffen nuttigt.

Communicatie
Communicatie is heel belangrijk voor het vormen van een band tussen ouders en kind, maar vooral ook om signalen te kunnen uiten. Vanaf 24 weken worden gezichtsuitdrukkingen zoals fronzen en lachen geoefend. Eerst nog met slechts 1 spier maar naarmate ze ouder worden worden de bewegingen meer complex. Een foetus kan zelfs al huilen in de baarmoeder!
Tijdens het laatste trimester van de zwangerschap leren foetussen al eigenschappen van hun moedertaal. Baby's herkennen muziek en stukjes tekst die ze in de baarmoeder al gehoord hebben. Ook zangvogels leren al een deel van hun "taal" als ze nog in het ei zitten en Ornaatelfjes leren zelfs een wachtwoord! Kuikens die bijna klaar zijn om uit het ei te kruipen kun je soms al horen piepen. Zo leren ouders en kuiken elkaar alvast herkennen.

Reactie?
Als embryo's signalen uit de buitenwereld kunnen ontvangen, kunnen ze daar dan ook op reageren? Kikkervisjes in ieder geval wel: wanneer er gevaar dreigt komen ze eerder uit het ei! Embryo's van de Roodoogmakikikker (Agalychnis callidryas; een boomkikker) komen normaal gesproken na 6-7 dagen uit hun ei, maar als ze dreigen te stikken of bijna worden opgegeten door een slang, dan kruipen ze na slechts 3 dagen al naar buiten!
Ook bij mensen weten we dat de foetus kan reageren op externe stimuli zoals geluid, fel licht of getik op de buik doordat er een versnelde hartslag wordt gemeten en de foetus plotseling meer of juist minder gaat bewegen.

Benieuwd naar bewegende beelden van prenataal gedrag? Kijk dan naar mijn vlog:

Lees ook Embryologie deel I: Het allereerste begin.

Referenties:
ScienceAlert.com: WATCH: Scientists have created a see-through eggshell to watch embryo development
Lai, Y., & Liu, J. (2015). Transparent soft PDMS eggshell. Science China Technological Sciences, 58(2), 273-283.
IFLScience.com: Does A Mum’s Diet During Pregnancy Influence Her Baby’s Food Preferences?
Gómez, R. L., & Gerken, L. (2000). Infant artificial language learning and language acquisition. Trends in cognitive sciences, 4(5), 178-186.
Hepper, P. G. et al. (2005). Prenatal thumb sucking is related to postnatal handedness. Neuropsychologia, Vol. 43(3): 313-315.
Reissland, N., Francis, B., Mason, J., & Lincoln, K. (2011). Do facial expressions develop before birth?. PLoS One, 6(8). doi: 10.1371/journal.pone.0024081
BostonUniversity: Research - Escape Hatch

Embryologie I: Het allereerste begin

In Van eicel tot kuiken heb ik de embryonale ontwikkeling van vogels al beschreven. Maar hoe gaat dat bij mensen?

Van bevruchting tot baby
De reis van bevruchting tot geboorte begint bij het allereerste teken van een nieuw leven: de bevruchte eicel (de zygote). De eerste klievingsdelingen vinden plaats in de eileider (of lekker modern: in een petrischaaltje) en vormen respectievelijk de morula (klompje van 16-32 cellen) en de blastocyst (holle klomp cellen).

Foto via UNSW Embryology

De reis door de eileider duurt ongeveer 7 dagen. Dan gaat de blastocyst zich innestelen in de baarmoederwand. Daar splitst de blastocyst zich in 2 delen: de embryonale schijf en de dooierzak.

Dooierzak en kiemlagen
De dooierzak verzorgt tijdelijk de energietoevoer aan het embryo tot de placenta deze taak overneemt.
De embryonale schijf bestaat uit 2 lagen: het ectoderm en endoderm. Het ectoderm zal later voornamelijk het zenuwstelsel en de huid vormen, het endoderm de organen.
Na ongeveer 14 dagen wordt de primitieve streep gevormd en daaruit vormt zich een 3e kiemlaag tussen het ectoderm en endoderm in die mesoderm heet. Uit het mesoderm ontwikkelen onder andere de spieren, botten en bloedvaten maar ook de embryonale vliezen.
Als eerste vormt zich het zenuwstelsel vanuit de primitieve streep, alsmede het begin van de hersenen. In het mesoderm begint de ontwikkeling van het hartje dat rond dag 23 na de bevruchting begint met kloppen.

Embryonale vliezen
Om het embryo zitten 2 vliezen: het amnion zit het dichtste tegen het embryo aan, het buitenste vlies heet chorion. Het vruchtwater wordt omhuld door het amnion. Tussen het amnion en chorion zit de dooierzak en het allantois. Het allontois is in eerste instantie een blaasje buiten het embryo waarin afvalstoffen verzameld worden, maar wordt later opgenomen in het lichaampje en ontwikkelt zich tot de urineblaas.
Tussen dag 28 en 40 komen de dooierzak en allantois samen te liggen en vormen de navelstreng.

Foetus
Na 10 weken is het embryo nog maar 3 cm groot, maar het is al wel een compleet mini-mensje. De organen zijn nog niet volledig ontwikkeld, maar armpjes, beentjes, oortjes, oogjes, vingertjes en teentjes: alles zit er al aan! Vanaf dat moment noemen we het embryo een foetus.


Het belangrijkste is nu dat de foetus groeit en dat de organen zich verder ontwikkelen. Voor de ontwikkeling van spieren en de bijbehorende hersendelen is het belangrijk om te bewegen. Foetussen brengen de meeste tijd in de baarmoeder slapend door. Maar ze oefenen ook al bewegingen die ze na de geboorte moeten kunnen. Meer daarover in deel 2 en op mijn Vlog!

Referentie:
http://www.bionalogy.com

25 juli 2015

Horror-parasieten

*** Waarschuwing: lezen van dit blog kan nachtmerries veroorzaken! ***

Er bestaan parasieten die je hersenen binnendringen en je hersenspoelen, of je zelfs kunnen veranderen in een zombie terwijl ze snoepen van je ingewanden! Brrr!!
Gelukkig alleen gevaarlijk als je een insect bent... of toch niet?

Gehersenspoeld!
Heb jij ook een thrill-seeker in je kennissenkring? Je weet wel: zo'n adrenaline-junkie die voor de lol uit een vliegtuig springt of zich in een rubberbootje van wilde watervallen laat storten? Misschien is hij (of zij) geïnfecteerd met Toxoplasma gondii.
Deze bacterie is vooral bekend om zijn bizarre effect op het gedrag van ratten en muizen.

Foto via Favim.com
Wanneer knaagdieren besmet raken met Toxoplasmose verliezen ze hun angst voor katten. Zo lopen ze meer risico om opgegeten te worden. En dat is precies wat de bacterie wil! Voor de voortplanting van de bacterie zijn katten namelijk onmisbaar; katten zijn de enige gastheer waarin de bacterie zich seksueel kan voortplanten, secondaire gastheren (o.a. knaagdieren en vogels) zorgen vervolgens voor genetische verspreiding.
Mensen hebben weinig last van een toxoplasmose-besmetting hoewel het bij zwangere vrouwen wel gevaarlijk kan zijn voor de baby. Sommige deskundigen vermoeden echter dat de bacterie net als bij knaagdieren ook bij mensen voor een neurologische verandering kan zorgen waardoor ze meer risico's nemen. U bent gewaarschuwd!

Toxoplasma gondii is niet de enige parasiet die zijn gastheer verleidt tot risicovol gedrag. Zo zorgt Euphalorchis californiensis ervoor dat vissen vaker aan het wateroppervlak gaan zwemmen en opvallende bewegingen maken, zodat ze een grotere kans hebben om opgegeten te worden door zeevogels. In de organen van de vogel kan deze platworm zich verder voortplanten. En Plasmodium falciparum maakt malariamuggen tijdelijk minder bloeddorstig zodat de parasiet veilig kan groeien... tot het moment waarop Plasmodium klaar is om de overstap naar een andere gastheer te maken, dan krijgt de mug ineens een onstilbare dorst naar bloed!

Er zijn parasieten die nog een stapje verder gaan: zij veranderen hun gastheer in een heuse zombie!

Zombies bestaan echt!

In Thailand is recent een nieuwe soort parasitaire wesp ontdekt: Ampulex dementor (jazeker, vernoemd naar de dementors in de Harry Potter-boeken). Het vrouwtje injecteert neurotoxines in de kop van een kakkerlak, waarna deze als een zombie gedwee met haar terugkeert naar haar nest. Vervolgens legt de wesp haar eitjes in de kakkerlak, die eerst als broedkamer en vervolgens als voedsel voor de wespenlarven dient.

Een andere parasitaire wespensoort (Dinocampus coccinellae) werkt waarschijnlijk samen met een virus (D. coccinellae paralysis virus) om lieveheersbeestjes te veranderen in zombie-babysitters. Ook hier fungeert de gastheer eerst als broedkamer; tijdens deze periode heeft het lieveheersbeestje nog weinig last van de parasieten in haar lichaam. Pas op het moment dat de larven uit het kevertje kruipen verandert ze tijdelijk in een zombie. Ondanks dat de larven van haar ingewanden hebben gegeten overleven sommige lieveheersbeestjes en ontwaken weer uit hun zombie-status als hun babysitter-taak voorbij is.

Spinnen die besmet zijn met larven van de parasitaire wesp Hymenoepimecis spp. verliezen ook hun eigen wil. Gehersenspoeld door hun adoptiekinderen maken ze een veilige haven van spinnenrag. In plaats van het spinnen van een normaal wijduitstaand web om insecten te vangen maken ze een asymmetrisch, afwijkend web dat moeilijk bereikbaar is voor vijanden. Vervolgens blijft de spin stil in het midden van het web wachten op de komst van de ondankbare larve, die de spin vermoordt en zich tegoed doet aan haar ingewanden. De larve spint vervolgens zelf nog een hangende pop onder het web waar hij veilig in kan ontpoppen.

Ook mieren kunnen veranderen in zombies als ze geïnfecteerd zijn door de Ophiocordyceps-schimmel. Geïnfecteerde mieren verplaatsen zich naar een plek boven de grond, waar ze hangend aan een blad sterven. Vervolgens groeit de schimmel uit de kop van de mier en geeft sporen af, die op hun beurt nieuwe mieren kunnen infecteren.

Liefdesvirussen en seksverslaving
Maar een besmetting hoeft niet altijd alleen maar negatieve gevolgen te hebben.
Motten (Helicoverpa zea) die besmet zijn met HzNV-2 (H. zea nudivirus 2) produceren aanzienlijk meer feromonen en zijn daardoor in staat om meer partners te lokken. CrIV (cricket iridovirus) heeft eenzelfde werking bij krekels. Besmetting met het virus leidt bij deze gastheren tot een toename in seksuele activiteit. Niet onprettig voor de gastheer en goed voor het virus, want dat wordt op deze manier verder verspreidt in de populatie. De gastheer is door het virus echter wel steriel geworden, dus een geboortegolf van op seks beluste insecten zit er niet in...

Vanuit het oogpunt van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's) is het wel heel tactisch om ervoor te zorgen dat je gastheer meer zin heeft in seks, want dan is de kans op het bereiken van nieuwe slachtoffers groter. Toch wordt er bij mensen juist het tegenovergestelde effect gevonden. Over het algemeen leidt een besmetting met een SOA juist tot een verminderde zin in seks. Alleen bij mannen met een recente HIV-infectie is wel een verhoogd testosteron-gehalte gevonden, wat weer in verband wordt gebracht met een hoger libido. Misschien heeft bij mensen het verstand (weten dat je ziek en besmettelijk bent) of de vervelende symptomen van een langdurige infectie een groter effect op het libido dan de verspreidingsdrang van de parasiet?

Video
Voor lezers die nog niet genoeg gegruweld hebben is deze video van National Geographic zeker een aanrader:

Referenties:
ScienceMag.com: Wasp Virus Turns Ladybugs Into Zombie Babysitters
News.Discovery.com: Deadly Fungus Turns Ants Into Zombies 
IFLScience.com: Recently-Discovered Wasp Species Named For Harry Potter Creature
The-Scientist.com: The Love Bug

Eberhard, W. G. (2000). Spider manipulation by a wasp larva. Nature, 406(6793), 255-256.

13 juni 2015

Voedselkeuze

Onder het mom van 'probeer eens iets anders' is dit blog er ook in video-vorm!

Dieren zijn globaal in te delen in drie groepen: herbivoren (planteneters), carnivoren (vleeseters) en omnivoren (alleseters).

Toch eten carnivoren ook plantaardig voedsel. Ongeveer 7% van het dagelijkse voedsel van wilde hond-, kat- en marterachtigen in Oost-Europa bestaat zelfs uit planten.
Het gaat hierbij dan niet alleen om plantenresten uit de maaginhoud van prooien. Ze kiezen vooral voor het eten van grassen, maar ook groente en fruit wordt weleens geconsumeerd. Men denkt dat dit komt omdat carnivoren ook vitaminen nodig hebben.

Minder bekend is het feit dat planteneters ook weleens vlees snacken!
En dan heb ik het niet over incidentele rupsen en insecten op groenteblaadjes...
Kijk en huiver:
 

Er wordt gedacht dat dit gedrag te verklaren is door een mineralen-tekort. Met name een tekort aan calcium wordt vaak genoemd.

Verder zijn er dieren die gedurende het jaar van dieet veranderen. Mezen zijn insecteneters in de zomer en zaadeters in de winter. Hun maag verandert dan zelfs! Voor het verteren van harde zaden is een dikkere, gespierde maagwand nodig. Dit is natuurlijk ook een noodgedwongen aanpassing: in de winter zijn er nu eenmaal niet veel insecten te vinden. (Lees ook Bloeddorstige zangvogeltjes!)
In de zomer is hun maag dus kleiner en dat komt goed uit, want hierdoor is er meer ruimte voor de geslachtsorganen die zich elk broedseizoen ontwikkelen.

De indeling herbivoor-carnivoor-omnivoor is natuurlijk niet compleet overbodig: het geeft wel de belangrijkste voedselbron van een dier aan.


Referenties:
Reig, S., & Jędrzejewski, W. (1988). Winter and early spring food of some carnivores in the Białowieża National Park, eastern Poland. Acta theriologica, 33(1-11), 57-65.
Biró, Z. S., Lanszki, J., Szemethy, L., Heltai, M., & Randi, E. (2005). Feeding habits of feral domestic cats (Felis catus), wild cats (Felis silvestris) and their hybrids: trophic niche overlap among cat groups in Hungary. Journal of Zoology, 266(2), 187-196.

9 mei 2015

Mamááá! Waar ben je?

Herinner jij je nog dat gevoel van paniek wanneer je als klein kind je moeder kwijt was?
Wat denk je, zouden jonge eendjes dat gevoel ook hebben?

Het kan er ruw aan toe gaan in onze vijvers en slootjes. Door broeddrift en (over)bezorgde ouders te dicht bij elkaar op de lip lopen de gemoederen soms hoog op!
Zo zag ik vorige week een papa-Nijlgans een kersverse moedereend wegjagen waardoor 7 kleine pulletjes moederziel alleen achterbleven. Instinctief doken zij in de slootswal, waar ze zich stilletjes verstopten totdat mama weer terug kwam. Moedereend was inmiddels compleet uit beeld verdwenen... Het duurde zeker 15 minuten voordat ma weer bij haar kuikens terug was.

Maar wat als mama niet terug komt? Wat doe je dan als klein kuikentje samen met je broertjes en zusjes of misschien wel helemaal alleen?
Uiteindelijk zul je dan toch in beweging moeten komen. Op zoek naar eten, zonder de hulp en bescherming van ma.

Een paar dagen geleden zag ik 4 eendenkuikens van nog geen 2 weken oud. Nog veel te jong om voor zichzelf te zorgen dus! Maar moeder was nergens te bekennen...
Dit keer leek de boosdoener een waakzame meerkoet met een broedende partner. De pulletjes bleven angstvallig bij hem uit de buurt. Ze zaten een beetje in de val: aan de ene kant in het midden van de sloot het meerkoetennest, aan de andere kant een hoge, steile slootswal.
Bezorgd bleef ik zoeken naar mams terwijl ik mijn lunch deelde met de hongerige weesjes. "Moet ik de Vogelopvang bellen" schoot het door mijn hoofd. Maar meteen daarna: "..maar even in de gaten houden, meestal is mams niet ver uit de buurt."

En warempel! Net op dat moment kwam een volwassen eend aangesneld. "Dat moet Mam wel wezen!"
Geen zichtbare opluchting bij de pulletjes, die hadden het te druk met mijn fruitsalade die in het water verdween. Moeder dook ook direct op het voedsel... prioriteiten...
Misschien was er na mijn vertrek wel tijd voor een liefdevolle reünie tussen moeder en kids?


Gelukkig lopen deze verhalen meestal goed af. Ook al zie je ze niet, de ouders zijn nog wel in de buurt. Het is natuurlijk mogelijk dat er iets met de ouders gebeurt, maar wees niet te snel met ingrijpen. Jonge eendjes kunnen zich best een tijdje alleen redden! En dat geldt ook voor jonge haasjes, gansjes en uitgevlogen mereltjes.

En zelfs als ma echt niet meer terugkomt hebben de kuikentjes nog wel een kans. Soms worden ze geadopteerd door andere moeders! Die hebben zelf kleintjes of zijn hun eigen kuikens kwijtgeraakt maar hebben nog wel de behoefte om te moederen. En dan kan het dus best gebeuren dat een moeder kuikens van een andere soort opvoedt.

27 april 2015

De mier als lievelingsdier

Geen puppies, dolfijnen of paarden... mijn allereerste lievelingsdier was de mier!

Zoals het een bioloog in de dop betaamt was ik gefascineerd door het bedrijvige leven van die kleine mini-wezentjes die je zo gemakkelijk van dichtbij kunt bekijken. Waar ik toen nog geen weet van had was dat er onder de grond nog veel meer te bestuderen is. In een stelsel van verschillende gangen en kamertjes leeft een levensgemeenschap op bijzondere wijze met elkaar samen...

De kolonie
Aan het hoofd van de kolonie staat de Koningin die op haar wenken bediend wordt door vele werksters (allemaal vrouwtjes). Kolonies met meerdere Koninginnen komen overigens ook voor. De werksters verzorgen verschillende taken: ze (ver)bouwen het nest, zoeken naar voedsel en zorgen voor de Koningin(nen), eieren en larven. In sommige kolonies komen ook soldaten voor. Deze mieren zijn groter en sterker dan gewone werksters en nemen dan ook de zwaardere taken voor hun rekening. Door hun sterke kaken kunnen ze bijvoorbeeld groot materiaal doormidden bijten dat in kleinere stukjes door de andere werksters vervoerd wordt.

Het welzijn van de Koningin -en daarmee het voortbestaan van de kolonie- gaat voor alles! Een prachtig voorbeeld hiervan is het vormen van een levend vlot bij overstroming door schubmieren van de soort Formica selysi, waarbij de Koningin de best beschermde plaats in het midden van het vlot mag innemen. Het gebruiken van het lichaam als onderdeel van een bouwsel zien we overigens bij meer mierensoorten terug. Zo maken weefmieren (Oecophylla spp.) gebruik van levende bruggen en maken trekmieren (Ecitoninae spp.) een levend nest voor de nacht.

Communicatie
Communicatie gaat door middel van geuren (feromonen), geluiden en trillingen. De antennes zijn in staat om een feromonenspoor te detecteren, terwijl de pootjes trillingen van de grond waarnemen. Sinds een paar jaar weten we dat mieren ook door middel van geluid met elkaar kunnen communiceren. Ze produceren dan een krassend geluid door met hun achterpoten over ribbels op hun achterlijf te strijken.

Een ietwat zielig experiment heeft aangetoond dat mieren echte stappentellers zijn. Door hun pootjes te verlengen of te verkorten liepen de onderzoeksobjecten een bekende voedselbron voorbij of stopten ze te vroeg; wel hadden ze allemaal evenveel stappen gezet. Bij het terugvinden van bekende plaatsen maken ze dus niet alleen gebruik van feromonensporen, maar ze tellen ook hun voetstappen om de afstand te bepalen.

Foto via Wikipedia

Voortplanting
Één keer per jaar vindt er een bruidsvlucht plaats. Gevleugelde mannetjes en gevleugelde prinsessen ontmoeten elkaar in de lucht. Na de paring sterven de mannetjes en de prinsessen zoeken een plek om een nieuwe kolonie te stichten waar ze zelf de rol van Koningin zullen vervullen. De kersverse Koningin verwijdert haar vleugels en legt eieren. Bevruchte eieren ontwikkelen zich tot vrouwtjes (werksters of prinsessen), onbevruchte eieren tot mannetjes. Uit het ei kruipt een larve die na meerdere vervellingen een pop spint en vervolgens na enkele weken uit deze pop kruipt als een echte mier. Het voedsel dat de larve ontvangt bepaalt haar toekomstige rol binnen de kolonie (werkster, soldaat of prinses), hoewel bij sommige soorten de leeftijd van de werksters of haar specifieke kwaliteiten haar belangrijkste werkzaamheden bepalen. Oudere werksters nemen vaak de meer risicovolle taken op zich en mieren die minder succesvol blijken bij het zoeken naar voedselbronnen kiezen voor een beroep als architect of kraamverzorgster.
Maar ook de larven zelf spelen al een hele belangrijke rol! Volwassen mieren kunnen geen vast voedsel eten (alleen vloeibaar), larven kunnen dit echter wel. Hierdoor worden de larven gebruikt als voedselverwerkers: vast voedsel wordt door hen omgezet in een voor-verteerd papje waarvan een deel door de werkers wordt genuttigd.

Agricultuur
In sommige mierengemeenschappen is ook een carrière in de landbouw mogelijk door het cultiveren van eetbare schimmels. Bladsnijdermieren (Atta spp. en Acromyrmex spp.) eten zelf geen bladeren, maar brengen stukjes blad naar de schimmel zodat deze kan groeien.
Ook veeteelt wordt door sommige mieren bedreven. Ze verplaatsen bladluizen naar de meest geschikte plekken en beschermen hen tegen gevaar. In ruil voor hun goede zorgen eten de mieren van de honingdauw die de luizen tijdens het melken uitscheiden. Ook met andere insecten kan zo'n bijzondere samenwerking plaatsvinden (rups en vlinder van het Heideblauwtje bijvoorbeeld). Beide soorten hebben voordeel van deze samenwerking (mutualisme); het levert de mieren voedingsstoffen op en de symbiont ontvangt verzorging en bescherming.


Gezondheidszorg
Waar veel individuen samenleven is het risico op infectieziekten groot. Om de eieren en larven te beschermen tegen deze gevaren worden ze ingesmeerd met speeksel met antibacteriële eigenschappen.
Zieke en dode mieren worden over het algemeen door werksters uit het nest verwijderd, maar soms wordt een door schimmel geïnfecteerde mier toch in het nest getolereerd. Gezonde mieren likken de patiënt schoon, krijgen hierdoor sporen van de pathogene schimmel binnen en bouwen daar antistoffen tegen op. Hierdoor hebben ze bij volgende infecties minder kans om aan de schimmel ten onder te gaan (vergelijkbaar met ons gebruik van vaccinaties dus).

Zo zie je maar dat deze kleine diertjes tot grootse dingen in staat zijn!


Nog meer lezen over mieren? Lees dan ook mijn blog: Parasitisme of mutualisme?

WildAboutAnts.com: Ant larvae: in the spotlight
Wittlinger, M., Wehner, R., & Wolf, H. (2006). The ant odometer: stepping on stilts and stumps. Science, 312(5782), 1965-1967. (PDF)
ScientificAmerican.com: Infectious Selflessness: How an ant colony becomes a social immune system

31 maart 2015

Observaties aan een roekenkolonie

Ik heb de mazzel om een werkplek te hebben met uitzicht op een roekenkolonie! Geweldige vogels! Daarom vind ik het ook zo jammer dat een zoektocht via Google vooral hits over overlast en verjaging oplevert. Hoog tijd dus voor een blog over de roek om hun imago op te peppen!

Samen sta je sterker
In tegenstelling tot de meeste kraaiachtigen zijn roeken koloniebroeders. Dat heeft als voordeel dat ze op elkaar kunnen vertrouwen wat informatie over gevaar en voedselbronnen betreft, maar als nadeel onderlinge concurrentie. Het is dan ook niet altijd koek en ei in de kolonie. Soms ontstaat er ruzie omdat een vogel te dicht bij het nest van de buren komt. Er wordt ook weleens nestmateriaal gejat! Wanneer de dader op heterdaad wordt betrapt wordt hij in de lucht achtervolgd en met harde hand (snavel) aangepakt. "Dat flik je ons niet nog een keer! Geef terug!"

Als je hoog in de bomen vecht, val je weleens naar beneden:

Dit "valgedrag" werd meerdere malen herhaald. Waarschijnlijk meten ze op deze manier elkaars krachten.

Ook op de grond heb ik vechtpartijtjes gezien. Meestal is het met wat gepik en gefladder wel afgelopen, maar een enkele keer escaleert de boel. Zo zag ik vorige week een roek op zijn rug liggen met een ander erbovenop, hun poten in elkaar gegrepen terwijl ze met de snavels op elkaar inhakten. Direct na het incident stonden ze nog even tegenover elkaar en maakten lichte buigingen. Of dit als waarschuwing/imponeergedrag of het maken van excuses geïnterpreteerd dient te worden blijft de vraag.
Verzoeningsgedrag is bij roeken nog niet aangetoond (bij raven en grasparkieten inmiddels wel), maar het zou me niet verbazen als dat binnenkort anders is. Een gedraging die gevoelsmatig dicht bij verzoenen ligt, en al wel beschreven is bij roeken, is troost: een derde individu die zelf niet betrokken was bij het conflict laat kort na het incident genegenheid zien naar 1 van de 2 opponenten. Heel bijzonder, want troost is een gedraging die bij nog maar heel weinig andere diersoorten beschreven is (wel bijvoorbeeld bij primaten, olifanten en honden). Het laat niet alleen zien dat sociale banden heel sterk zijn, maar ook dat het dier gevoelig is voor de emoties van anderen en inlevingsvermogen heeft. Kinderen ontwikkelen dit vermogen vanaf ongeveer 2 jaar oud.

Roeken broeden asynchroon, dat betekent dat ze niet allemaal tegelijk in dezelfde broedfase zijn. Als het ene paar al jongen heeft, kan een ander paar nog bezig zijn met nestbouw en eileg. Misschien is dat ook juist wel een manier om die onderlinge concurrentie wat te verminderen?

Nestbouw
De afgelopen weken waren de roeken druk bezig met nestbouw. Dat is wel normaal voor de tijd van het jaar; roeken beginnen eind februari/begin maart met het bouwen van hun nesten. Meestal wordt er geen compleet nieuw nest gemaakt maar vinden er aanpassingen en reparaties aan nesten van vorige jaren plaats. Als er een nieuw nest gemaakt moet worden kan dat wel snel: binnen enkele dagen is het niet meer te onderscheiden van oude nesten. Het wordt dan nog wel verbeterd (mosje hier, moddertje daar) maar de basis is er. Harde werkers, die roeken!

Ze vliegen af en aan met takken, modder, gras en mos. Één lijkt de wacht op het nest te houden (bescherming tegen het jatten van takken door andere paartjes?) terwijl de ander materiaal verzamelt. Die rol wordt overigens wel afgewisseld, ze lijken een soort van ploegendienst te gebruiken. Soms zie ik een vogel wat meer klungelen (een te grote tak blijft dan steeds haken aan andere boomtakken). Misschien gaat het dan om een jonge vogel die nog niet veel ervaring heeft, of misschien zijn sommige vogels gewoon minder handig dan anderen. Slechts eenmaal heb ik gezien hoe een andere roek, na veel geklungel van de ander, de tak overnam en in het nest deponeerde, maar normaal gesproken brengt elke vogel zijn eigen materiaal aan.


Gereedschapsmanipulatie?
Roeken verzamelen niet alleen nestmateriaal op de grond maar breken ook actief takken af. Behoedzaam manouvreren ze dan naar het uiteinde van een boom om bij dunne, buigzame twijgjes te komen die door rukken en draaien los te krijgen zijn, om er vervolgens linea recta mee terug naar het nest te vliegen.
Nestbouw wordt over het algemeen niet tot gereedschapgebruik gerekend, omdat men er van uitgaat dat dit gedrag meer geleid wordt door instinct dan door intelligentie of inzicht. Het gedrag wordt bijvoorbeeld vergeleken met het maken van een web door een spin of het bouwen van termietenheuvels: wel een ingewikkeld bouwsel maar niet gemaakt door een intelligente diersoort.

Toch denk ik dat er bij sommige vogelsoorten meer aan de hand is. Instinct zou de basis van het gedrag kunnen verklaren (immers, huiskamervogeltjes die zonder voorbeeld opgroeien kunnen het ook), maar leren/oefenen kan ook een rol spelen (zoals bij wevervogels al is aangetoond) en misschien hebben sommige vogels zelfs inzicht ("als ik een tak precies op die plaats aanbreng is mijn constructie steviger"). Het geklungel dat ik in voorgaande alinea beschreef kan goed onderdeel van een leerproces zijn.
Roeken hebben in gevangenschap wel bewezen zeer inventief te zijn. Tijdens experimenten hebben roeken laten zien dat ze in staat zijn om het juiste gereedschap te selecteren om bij een verstopte beloning te komen. Ze maken bijvoorbeeld de beste keuze uit stokken met verschillende lengtes en diktes, verwijderen zijtakken die in de weg zouden zitten of kiezen voor de grootste en zwaarste stenen om het waterniveau te doen stijgen. Ze zijn zelfs in staat om haakjes te buigen van stukjes ijzerdraad om zo een emmertje met voedsel omhoog te hengelen!

Links: roek Fry haalt emmertje omhoog
Rechts: zelfgebogen haakjes van ijzerdraad
Bird & Emery, 2009

Voortplanting

In deze periode wordt er veel tijd besteed aan het versterken van de paarband door te knuffelen en elkaar te voeren. Liefde gaat -ook bij dieren- door de maag. Mogelijk is dat gedrag ontstaan als voorbereiding op het voeren van de jongen. Er wordt veel geflapperd met de vleugels (nabootsting van bedelende kuikens?), herhaaldelijk geluid gemaakt gecombineerd met buigingen en het omhoogklappen en spreiden van de staart. Mannetjes sloven zich uit door om het vrouwtje heen te lopen en af en toe diep voor haar te buigen, vergelijkbaar met het gedrag van een baltsende doffer. Soms, om extra veel indruk te maken, loopt hij met breeduitstaande, hangende vleugels. Zijn avances worden meestal genegeerd (het zijn net mensen...), maar als hij geluk heeft wordt zijn liefde beantwoord met kroelen en snavelen. Een vrouwtje dat bereid is tot paring nodigt uit tot treden door zich te buigen en licht met de vleugels te trillen. Daarna is het heel snel voorbij ('cloacal kiss', zoals dat zo mooi wordt genoemd). Net als andere kraaiachtigen zijn roeken monogaam... hoewel er af en toe wel eens een slippertje wordt gemaakt.

In maart leggen de meeste vrouwtjes eieren die na ongeveer 2,5 week uitkomen. Jonge roeken zijn dan nog compleet hulpeloos en afhankelijk van de goede zorgen van hun ouders.
Voordat ze hun eerste echte vlucht maken oefenen jonge roekjes op de rand van het nest en op de takken vlak naast het nest. Er wordt wild met de vleugels geslagen: de spieren moeten immers ook getraind worden. Na 4 weken vliegen ze uit, maar er valt nog veel te leren! Daarom worden ze nog een flinke tijd begeleid door hun familie. Pas na 2 jaar zijn ze echt volwassen te noemen en kunnen ze aan hun eigen nest beginnen.

Gevaar/bedreigd
Hoog in de bomen nestelen brengt wel risico's met zich mee. Na de storm in april 2014 vond ik dit roeken-ei onder de bomen. Het complete nest was naar beneden gekomen. Zonde, want het ei was wel bevrucht.












Op 23-04-2014 vond ik dit arme beestje dood op de stoep.
Sorry voor het zielige plaatje, maar het is wel een unieke kans om te zien hoe jonge roeken er uitzien.
Ik heb meerdere malen jongere nestkuikens op de stoep gevonden, maar geen foto's van gemaakt omdat ze al platgetrapt of overreden waren. Jongen die uit het nest vallen zijn ten dode opgeschreven. Het is echter ook mogelijk dat ze in het nest al ziek of dood bleken en daarom door de ouders uit het nest zijn gegooid.

Niet alleen natuurgeweld bedreigt de roekenkolonie.
Door toedoen van de mens is de roek sterk in aantal afgenomen. Er bestaan nogal wat vooroordelen over roeken. Het zouden rovers zijn, maar roeken eten vooral emelten (larven van langpootmuggen) daarom zie je ze ook altijd op de grond foerageren. Ze zouden ongeluk brengen, maar ik word alleen maar blij als ik ze zie! Ik kan me best voorstellen dat mensen zich soms kunnen ergeren aan lawaai en vogelpoep. Maar als je de tijd neemt om rustig te kijken naar de bedrijvigheid van deze prachtige, intelligente vogels dan is er ook zoveel moois te zien!
Roeken zijn overigens een beschermde diersoort: het verjagen van de vogels of het verstoren, vernielen of verwijderen van nesten is niet toegestaan. Gemeenten kunnen wel een ontheffing aanvragen, maar ik snap niet waarom je dat zou willen. Wees trots dat deze bijzondere vogels in je wijk willen wonen!

"Alstublieft, laat onze bomen staan?"

Referenties:
Emery N.J. & Bird C.D. (2009) Insightful problem solving and creative tool modification by captive nontool-using rooks, Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, Vol. 106 (25): 10370-10375. doi: 10.1073/pnas.0901008106
Seed A.M., Clayton N.S. & Emery N.J. (2007) Postconflict Third-Party Affiliation in Rooks, Corvus frugilegus, Current Biology, Vol. 17 (2):152–158.
doi:10.1016/j.cub.2006.11.025
 

24 februari 2015

Een bijzondere grutto!

Hebben jullie de mooie documentaire over grutto's van Vroege Vogels gezien?
Mijn vriend zat in dezelfde periode in Portugal. Grutto's verzamelen zich sinds enkele jaren op de rijstvelden van de Extremadura om nog even op te vetten voor de trek naar het noorden en het begin van het broedseizoen. De meeste grutto's overwinteren in Afrika en vliegen dan met een tussenstop in Spanje en Portugal naar Nederland, Duitsland, Engeland en Scandinavië. Nederland is verreweg het belangrijkste broedgebied voor de grutto: zo'n 80% van alle Europese grutto's broedt in Nederland. Daarom is het zo belangrijk dat we de grutto blijven beschermen en ervoor zorgen dat er voldoende kuikens groot worden om de populatie in stand te houden. In de afgelopen 20 jaar is het aantal grutto's namelijk drastisch afgenomen met een daling van bijna 50%.

Het is best wel bijzonder dat trekvogels zich in grote getale verzamelen in de Extremadura. Deze enorme groep grutto's van tienduizenden vogels bestaat niet alleen uit Nederlandse grutto's (Limosa limosa), maar ook uit vele IJslanders (Limosa limosa islandica), een ondersoort van onze grutto. Onderzoekers reizen sinds enkele jaren ook af naar Portugal om de locaties van de grutto's in kaart te brengen, groepstellingen te doen, ringen af te lezen en enkele vogels te vangen voor zenderonderzoek.

Tijdens het speuren naar codevlagjes en kleurringen ontdekte mijn vriend een wel heel bijzondere vogel. Overwegend wit met een opvallende rode snavel. Tussen de grote groepen grutto's zitten wel vaker "vreemde" vogels, zoals goudplevieren, kemphanen en steltkluten. Maar deze witte was toch echt een grutto. Een grutto met een kleurmutatie!


Welke kleurmutatie is me niet helemaal duidelijk. In eerste instantie denk ik aan leucisme, vanwege de witte en donkere veren (in de witte veren wordt geen pigment gevormd terwijl in de donkere veren de melanine-productie normaal is). Maar het zou bijvoorbeeld ook de grijsmutatie kunnen zijn (alleen pheomelanine-productie is dan geblokkeerd en daardoor zijn roodbruine kleuren in het dier afwezig, maar donkerbruine veren zijn normaal gekleurd).

Hopelijk wordt hij (of zij) nog vaker gesignaleerd. Ik ben wel benieuwd of het lukt om een partner te vinden. Wie weet, volgend jaar nog meer witte grutto's?

Lees ook:
Kleurafwijkingen bij vogels
Gruttokuikens
Regendans voor weidevogels

Bekijk de aflevering van Vroege Vogels: Nederlandse grutto bedreigd 
Volg de gezenderde grutto's op Kening fan 'e Greide

11 februari 2015

Bijzondere vissen!

Vissen worden over het algemeen gezien als één van de laagste levensvormen. Ze zijn saai, ze zijn dom en onderontwikkeld. Maar is dat wel zo?

Kunnen vissen bijvoorbeeld pijn voelen?
Dierenactivisten zullen meteen volmondig "JA NATUURLIJK!" roepen, maar zo simpel is het niet. De hersenen van vissen verschillen enorm met die van mensen. Lang werd gedacht dat de structuren die nodig zijn voor het ervaren van pijn bij vissen niet aanwezig zijn. Ook ik heb tijdens mijn studie nog geleerd dat de primitieve hersenen van vissen geen pijncentrum hebben, waardoor ze geen pijnprikkels zouden kunnen waarnemen. Bovendien hebben de meeste vissen geen of amper nociceptoren, de zenuwreceptoren die bij zoogdieren druk, pijn en temperatuur waarnemen. Pijn is voor een groot deel ook meer een emotie dan enkel een zintuiglijk signaal. We kunnen niet bewijzen of een vis druk, gekietel of pijn voelt. Bovendien worden vissen ogenschijnlijk amper gehinderd door ernstige verwondingen.
Toch zijn er tegenwoordig steeds meer wetenschappers die vermoeden dat vissen wel degelijk pijn kunnen voelen. Bij experimenten laten vissen namelijk wel reacties op pijnlijke stimuli zien. Schokkende bewegingen, een snellere ademhaling en het wrijven van het gekwetste lichaamsdeel tegen de kant van het aquarium zijn allemaal signalen die wijzen op het ervaren van pijn of ongerief. Bovendien proberen de vissen ook om de pijnlijke ervaring te ontwijken.
Waar geen twijfel over bestaat is dat vissen last kunnen hebben van stress. De hormonale stressrespons bij vissen is vergelijkbaar met die van de mens en andere gewervelde dieren. Het is best mogelijk dat de hersenen van vissen pijnprikkels op een andere manier verwerken dan bij zoogdieren het geval is.


Geheugen
Men dacht vroeger ook dat een vis slechts enkele seconden kon onthouden, maar dat blijkt vreselijk achterhaald. Dat blijkt onder andere uit onderzoek met Regenboogvissen die geleerd hebben via welke weg ze kunnen ontsnappen. Deze vissen weten dat zelfs een jaar later nog!
Mensen die vissen houden wisten waarschijnlijk al dat ze dondersgoed weten waar en op welk tijdstip ze gevoerd worden. Je kunt een vis zelfs leren om op bepaalde tijdstippen op bepaalde plekken te verschijnen, door hoepels te zwemmen of om een bepaalde route te zwemmen (misschien een leuk idee voor in dierentuinen? Ik wil wel vissentrainer zijn!)

Sociaal
Veel vissen leven in scholen bestaande uit veel verschillende individuen. Het is dus zeker niet raar dat ze in staat zijn om bekende en onbekende vissen van elkaar te onderscheiden. Guppies zouden zelfs wel 100 verschillende soortgenoten individueel kunnen herkennen!
Ook leren vissen van elkaar. Wanneer je in een groep elke vis individueel een taak leert en in een andere groep alle vissen tegelijk, dan leren de vissen in de laatste groep het sneller. Ook wanneer je iets aan een groep leert, en vervolgens steeds 1 van de vissen vervangt door een nieuw exemplaar totdat alle vissen nieuw zijn, dan weet de groep het geleerde gedrag toch nog uit te voeren! Culturele transmissie wordt dat ook wel genoemd, wat eigenlijk gezien wordt als hoog cognitief gedrag; diersoorten die in staat zijn om deze gedragingen uit te voeren worden over het algemeen bestempeld als intelligent. Voorbeelden zien we bijvoorbeeld ook bij chimpansees, dolfijnen en kraaien.

Ook verzoeningsgedrag is een voorbeeld van intelligent sociaal gedrag, wat vooral bij primaten bestudeerd is. Maar het komt ook bij vissen voor!
Poetsvisjes eten dode huidcellen en parasieten van andere vissen (hun "cliënten"). Deze cliënten zijn blij met zo'n gratis schoonmaakbeurt, maar soms verwijdert een poetsvisje ook goede cellen. Om de relatie na zo'n incident weer te repareren zien we dat het poetsvisje het "slachtoffer" even aanraakt met de pectorale en zijvinnen. Zie het als een soort handdruk of schouderklopje waarmee je sorry zegt. 

Vindingrijk
Als vis heb je natuurlijk geen handen of lange armen waarmee je tussen rotsen kunt graaien. Wanneer voedsel buiten je bereik is zul je je daarbij neer moeten leggen... Toch zijn er slimme vissen die een oplossing voor dat probleem hebben gevonden: ze schakelen de hulp in van een partner! Koraalvissen gebruiken een signaal waarmee ze anderen vragen om samen met hen te jagen. Murenen hebben een lang, dun lichaam waardoor ze prooien verstopt in holtes wel kunnen bereiken. De koraalvissen wijzen met een soort handstand aan waar de prooi zich bevindt, waarna de helpende murene het slachtoffer uit zijn schuilplaats jaagt zodat de koraalvis of de murene hem kan onderscheppen. Als de vissen alleen zouden werken is de kans op succes veel kleiner. Een mooi voorbeeld van interspecifiek mutualisme (samenwerking waarbij beide soorten voordeel hebben).


Een experiment liet verder zien dat de koraalvissen kunnen inschatten wanneer ze een handlanger nodig hebben en wanneer niet. Bovendien leren ze snel welke partners de besten zijn. In vergelijking met een soortgelijk experiment met chimpansees presteren de vissen hierbij even goed als chimpansees!

En er zijn zelfs vissen die gereedschap gebruiken! Weer een voorbeeld van gedrag waarvan men dacht dat het alleen bij primaten aanwezig was (en, zoals trouwe lezers al weten, ook bij vogels).
Verschillende soorten lipvissen graven mossels uit het zand om ze vervolgens mee te nemen naar een geschikte steen om deze schelpdieren op open te tikken. Het gebruik van een steen als aambeeld wordt gezien als proto-tool use, een iets eenvoudigere vorm van gereedschapgebruik. Echt gereedschapgebruik zou zijn wanneer de vis de steen hanteert om het schelpdier mee open te slaan. Maar wie weet gebeurt dat ook wel, er is nog veel te ontdekken over vissen!


Een voorbeeld dat beter past binnen de criteria voor echt gebruik van gereedschap, omdat er een extern object "gehanteerd" wordt om voedsel te bemachtigen, is het volgende. Bij een experiment werd aan kabeljauw geleerd om aan een touw te trekken, waarna er voedsel in het aquarium werd gedropt. Alle vissen hadden op hun rugzijde een label, zodat de onderzoekers elke vis individueel konden herkennen. De vissen merkten dat wanneer hun label achter het touw bleef hangen ze sneller bij het voedsel waren dan wanneer ze hun bek gebruikten. Waar dat in het begin nog per ongeluk gebeurde gaven na verloop van tijd de meeste vissen de voorkeur aan de label-techniek.

Is het verkeerd om bovenstaande gedragingen als "hoog cognitief gedrag" te bestempelen of hebben we de capaciteiten van vissen danig onderschat? Is het wel eerlijk om dezelfde prestaties bij primaten als bewijs van intelligentie te zien, terwijl we ons niet kunnen voorstellen dat vissen even intelligent kunnen zijn? Als primitieve dieren in staat zijn tot intelligent gedrag, hoe kunnen we dan een onbevooroordeeld oordeel vellen over intelligentie bij hoger ontwikkelde diersoorten? Moeten we de huidige denkwijze over een evolutionaire rangorde tussen de verschillende diergroepen loslaten? Moeten we onze denkwijze over intelligent gedrag aanpassen? Is het wel mogelijk om intelligentie van verschillende diergroepen met elkaar te vergelijken als hun leefomgeving en anatomie zo veel van elkaar verschillen? Wat denken jullie?


Referenties:
ScienceDaily.com: Do fish feel pain? Not as humans do, study suggests
DailyMail.co.uk: Fish experience pain in the same way humans do
Brown C. (2014) Fish intelligence, sentience and ethics, Animal Cognition, Vol. 18(1): 1-17.
vox.com: Are fish far more intelligent than we realize?
Bshary, R. & Würth, M. (2001) Cleaner fish Labroides dimidiatus manipulate client reef fish by providing tactile stimulation, Proceedings of the Royal Society B: Biological Sciences, Vol. 268(1475): 1495-1501.
National Geographic: Groupers Use Gestures to Recruit Morays For Hunting Team-Ups
National Geographic: When Your Prey’s in a Hole and You Don’t Have a Pole, Use a Moray
Vail A.L., Manica A. & Bshary R. (2014) Fish choose appropriately when and with whom to collaborate, Current Biology, Vol. 24(17): R791–R793. doi:10.1016/j.cub.2014.07.033
Animals.io9.com: Fish Learn To Use Tools, So Let's Rethink the Definition of Tool Use

25 januari 2015

Ontmoeting met een adder

Het was een toevalstreffer. Tijdens onze mini-vakantie op de Veluwe in juli 2014 fietsten mijn vriend en ik op een recreatief tempo door een bosrijk gebied. Het was prachtig weer en lekker rustig. Behalve een steenuiltje hadden we nog niets bijzonders gespot; geen wilde zwijnen, geen edelherten...

Plotseling springt mijn vriend van zijn fiets, laat het rijwiel ter plekke midden op het fietspad uit zijn handen vallen en duikt naar een klein bewegend diertje in het gras. "Een hazelworm!" roept hij opgewonden, "nee... het is een adder!!"
Allebei hadden we nog nooit eerder een adder in het echt gezien. Terwijl mijn vriend over het prikkeldraad stapte om de slang van dichterbij te kunnen bekijken, raapte ik zijn achteloos neergeworpen fiets op en zette het aan de kant. Verschillende toeristen reden ons voorbij, maar niemand die benieuwd was naar wat wij aan het bewonderen waren in het gras. Jammer mensen, jullie hebben een echte ADDER gemist!

Het eerste instinct van mijn vriend bij het ontdekken van een onbekend beestje is om het op te pakken om het beter te kunnen bekijken (dat krijg je als je als natuurliefhebber opgroeit op het Friese platteland), maar in het geval van de adder is het maar goed dat hij zich op het laatste moment bedacht. Adders zijn namelijk giftig! Ik moet toegeven dat ik dan ook redelijk paniekerig reageerde toen mijn vriend het fototoestel steeds dichterbij de adder bracht om deze prachtige foto te maken:

Mevrouw adder bleef rustig ineengedoken tegen de boomstam aanzitten. Ze had uit kunnen halen, maar als ik de site van RAVON mag geloven (en dat doe ik) dan zijn adders niet agressief en bijten niet snel. Gelukkig maar!

De Werkgroep Adderonderzoek Nederland (WAN) bestaat dit jaar 15 jaar en mede daardoor is 2015 uitgeroepen tot het jaar van de adder.
Ben je benieuwd naar meer informatie over Nederland's enige gifslang of wil je mee op adder-excursie? Houd dan de agenda in de gaten voor activiteiten bij jou in de buurt.

En kijk ook eens op: