24 april 2014

Broedparasitisme, Maffia-vogels en stinkbommen

Iedereen kent het verhaal van de koekoek wel: deze vogel legt zijn ei in het nest van andere vogels. Broedparasitisme noemen we dat.

Kleine karekiet met koekoeksjong (Fotograaf onbekend)

We onderscheiden twee soorten van broedparasitisme: interspecifiek (=tussen soorten; zoals door koekoeken, koevogels en wida's) en intraspecifiek (=binnen 1 soort; bijvoorbeeld wanneer een spreeuw eieren in een nest van een andere spreeuw legt). Intraspecifiek broedparasitisme valt eigenlijk pas op als we DNA onderzoek gaan doen, maar interspecifiek broedparasitisme levert soms bizarre plaatjes op, waarbij een klein oudervogeltje een monsterlijk groot jong voert!
Ook andere diersoorten maken zich weleens schuldig aan het dumpen van hun kroost; bij vissen gebeurt dit bijvoorbeeld door de koekoekmeerval en bij insekten door doodgravers.

In de natuur is een constante wedloop gaande tussen deze "broedparasieten" en "gastouders". Koekoeken en andere broedparasieten verbeteren hun dumpmethode en gastouder-soorten verfijnen hun technieken om broedparasitisme tegen te gaan. Want waarom zou je energie steken in het grootbrengen van een jong dat niet jouw genen deelt? Vooral wanneer dit ook nog eens nadelige gevolgen heeft voor je eigen kroost. Dit laatste kan redelijk onschuldig door extra concurrentie om voedsel en/of nestwarmte, of behoorlijk agressief zoals wanneer het koekoeksjong de andere jongen of eieren uit het nest werkt.


Links: gastouder; Rechts: koekoekswever
Veel broedparasieten specialiseren zich op 1 gastoudersoort: ze zorgen dat hun eieren zoveel mogelijk lijken op die van de gastoudersoort en de jonge broedparasieten leren hun pleegbroertjes en -zusjes te imiteren. Dit om te voorkomen dat de gastouder de verstekeling opmerkt en het ei of jong afwijst. De gastouder wordt voor de gek gehouden en denkt dat het om een van zijn eigen nakomelingen gaat.

Maar de bruinkopkoevogel (Molothrus ater) gebruikt een andere tactiek: deze vogel legt zijn ei in het nest van wel 140 andere vogelsoorten! Het ei lijkt dan ook in de meeste gevallen totaal niet op die van de gastouder. Toch wordt het ei meestal niet uit het nest verwijderd. Daar zijn twee mogelijke verklaringen voor bedacht: 1) de gastoudersoorten hebben nog niet geleerd om vreemde eieren af te stoten, of 2) de maffia hypothese. Volgens de maffia hypothese accepteren de gastouders noodgedwongen de vreemde eieren omdat ze bang zijn dat de koevogel anders wraak zal nemen en hun hele nest vernietigt. Klinkt misschien erg ver gezocht, maar er zijn wel koevogels waargenomen die, nadat hun ei uitgestoten was, terugkeerden naar het nest en alle andere eieren kapot pikten!

Koevogel ei. Foto door Stuart Parker
Toch is er recent ook een positief effect van broedparasitisme voor de gastoudersoort aangetoond: Kraaiennesten met een koekoeksjong hebben minder last van predatie. Het koekoeksjong (Clamator glandarius) scheidt namelijk een vieze, stinkende vloeistof af waar predatoren liever bij uit de buurt blijven. Hierdoor hebben kraaien met een pleegkind juist meer kans om eigen jongen groot te krijgen, ondanks dat ze een extra mond te voeden hebben.
Zo zien we hier weer een voorbeeld waarbij de grens tussen parasitisme en mutualisme vervaagd. Lees ook: Parasitisme of mutualisme

Meer over methodes om broedparasitisme tegen te gaan in: Co-evolutie, handtekeningen en wachtwoorden.
Ook interessant: Moordlustige en Kannibalistische Kids, blog over siblicide.