16 juni 2013

Broedmachine vs. natuurbroed kuikens

Ik zal er niet omheen draaien: ik ben een fan van natuurbroed. Maar ik snap de charme van broedmachines wel. Tuurlijk is het spannend om de eitjes uit te zien komen en leuk om kuikentjes van zo dichtbij te zien opgroeien. Ik wil ook best geloven dat deze kuikens gemakkelijker tam worden dan wanneer ze in een ruime volière bij de ouders opgroeien. Maar geef toe, hoe mooi is dit?

Hen met kuikens in het binnenhok.
Hen met kuikentje in de zon.
Hen wijst voedsel aan.
Lekker warm onder moeder's vleugels.
...of bij vader!
Meteen op dag 1 al via het trapje naar het binnenhok.
Haan en hen met kuikens (ongeveer 1 week oud).
Hen, kuiken (ongeveer 3 weken oud) en haan.

Deze foto's zijn gemaakt in onze volière. Het zijn Chinese dwergkwarteltjes, een vogelsoort die heel geschikt is om de bodem van een gezelschapsvolière te bevolken. Bij ons hebben ze de keuze tussen een binnen- en buitengedeelte. In de winter en 's nachts zitten ze binnen, in de zomer zijn ze vooral buiten aan het rondscharrelen en als het echt warm is kamperen ze weleens buiten. Ze eten een standaard zaadmengsel, soms aangevuld met trosgierst, groente, fruit, meelwormen, eivoer en universeelvoer. Daarnaast hebben ze altijd beschikking over water, grit en maagkiezel. In de winter eten ze beduidend meer zaad, enerzijds omdat ze dan veel energie steken in het op temperatuur houden van hun lichaam, maar ook omdat ze in de zomer smullen van allerlei insekten, slakjes en wormen die ze zelf buiten vinden.

De volwassen kwartels zijn slechts ±12 cm groot en pas uitgekomen kuikentjes hebben het formaat van een hommel! Superschattig dus en ik kan me ook best voorstellen dat mensen waarbij natuurbroed niet wil lukken hun heil zoeken in de broedmachine. Maar wat kuikens uit de broedmachine missen is het aanleren van natuurlijk gedrag. Zo wil het nog weleens voorkomen dat kuikentjes sterven omdat ze zand eten of omdat ze uit zichzelf niet snappen waar ze moeten drinken. Ze leren van hun ouders niet alleen wat eetbaar is, maar bijvoorbeeld ook wanneer er gevaar dreigt, de betekenis van verschillende geluiden (kwarteltaal) en hoe een kwartel zich sociaal hoort te gedragen. Sommige gedragingen zijn instinct en dan maakt het dus niet uit of de kuikens een voorbeeld hebben, maar er zijn ook dingen die geleerd moeten worden van soortgenoten.

Bij veel nestvlieders komt inprenting voor: jonge dieren leren tijdens een bepaalde periode in het begin van hun prille leventje wie hun ouders zijn en wie ze dus moeten volgen voor voedsel, warmte en bescherming. Lang werd gedacht dat dit proces onomkeerbaar was -als een jong dier ingeprent is op bijvoorbeeld een mens zal het die altijd als zijn ouder blijven zien- maar daar zijn onderzoekers inmiddels toch op teruggekomen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het proces flexibeler is dan voorheen gedacht werd en dat een kuiken zijn eerste conclusie nog kan aanpassen als het maar genoeg tijd doorbrengt met de echte ouders.
Naast filial (familie) inprenting is er ook seksuele inprenting: hoe moet mijn toekomstige partner er uit zien? Bij dieren opgevoed door pleegouders van een andere soort wil dat nog wel eens problemen geven. Mannetjes baltsen dan niet voor vrouwtjes van de eigen soort, maar wel voor vrouwtjes die er uit zien als de pleegmoeder.

Waarom hennetjes uit de broedmachine soms zelf moeilijker overgaan tot broeden?
Naast het sociale aspect (gaat het te ver als ik deze dieren "sociaal gestoord" noem?) kan er ook een genetische oorzaak zijn. Door het gebruik van broedmachines krijgen hennetjes die door een genetische oorzaak normaal gesproken geen nageslacht zouden krijgen nu toch nakomelingen met diezelfde "slechte" genen. Uiteraard zijn er ook altijd voorbeelden van broedmachine hennetjes die zelf top-moeders blijken te zijn... maar waarom het risico nemen als er ook genoeg aanbod is van natuurbroedkwartels?

2 juni 2013

Gruttokuikens

Laatst mocht ik een dagje meehelpen bij grutto-onderzoek. Prachtige dag, zonnetje er bij, kon niet beter!

Foto gemaakt door Egbert van der Velde

Meteen bij de eerste nest-controle was het raak: vier schattige pluizebolletjes met -in relatie tot hun lichaam- enorme poten! Die stevige poten hebben ze ook wel nodig, want gruttokuikentjes staan na het uitkomen vrijwel meteen op eigen benen. Na het opdrogen en uitrusten van het zware werk om uit het ei te kruipen, verlaten ze meteen het nest en gaan op zoek naar insekten om te eten. De ouders voeren ze niet, maar zorgen wel voor bescherming. Wanneer er gevaar dreigt slaan de ouders luid alarm en moeten de kuikens zich plat in het gras verstoppen. Als zo'n kuikentje niet goed oplet of niet direct adequaat reageert, wordt dat met harde hand (snavel) gecorrigeerd!

Foto gemaakt door Egbert van der Velde

Ouders bieden naast bescherming ook warmte. Vooral de eerste dagen kunnen de kleintjes zich nog niet goed warm houden. De kuikentjes kruipen dan maar lekker warm weg onder moeder of vader. 
Na ongeveer 4 weken kunnen de gruttokuikens vliegen en gaan ze hun eigen weg. Doordat elk kuiken een unieke ringcode (en als ze wat ouder zijn kleurencombinatie) heeft gekregen, zijn ze individueel herkenbaar en zien we ze misschien nog eens terug. Dankzij ringonderzoek weten we bijvoorbeeld dat grutto's monogaam zijn en meestal terugkeren naar hetzelfde gebied om te broeden.

Meer informatie over grutto's en onderzoek op de site van Kening fan 'e Greide.