18 december 2012

Spelende dieren en emoties

Er zijn hier jonge zwaantjes: 4 kleine, pluizige bolletjes, geboren in november! Inmiddels zijn ze zo'n 6 weken oud. Ondanks dat het zo laat in het seizoen is, lijken ze het goed te doen. De ouders zijn ook wel erg beschermend: nieuwsgierige voorbijgangers die iets te dichtbij komen worden hardhandig en zonder pardon weggejaagd. Nu zag ik een paar weken terug de ouders met jongen naar het water lopen. Daar aangekomen sprongen de kleintjes enthousiast in het water. Er werd geplonst, gespetterd en ze zaten elkaar speels achterna. De kuikens leken echt blij te zijn dat ze weer terug in het water waren. Het deed me denken aan het dartele gedrag van koeien als ze in de lente, na een hele winter op stal, weer de wei in mogen.

Maar kunnen dieren eigenlijk wel "blij" zijn? Tijdens mijn studie werd er altijd gewaarschuwd om niet te snel menselijke eigenschappen aan dieren toe te schrijven. We leven ons in in onze studieobjectjes en zien dan misschien dingen die er niet zijn. Soms zijn er ook gewoon simpelere verklaringen te bedenken. Misschien waren de zwaantjes wel gewoon aan het badderen en zag het er speels uit omdat ze nog wat klungelig zijn? Of ze waren instinctief aan het spelen, maar voelden daar verder geen emoties bij? Hoe zou je dat eigenlijk kunnen aantonen, of een dier emoties voelt? Je zou bijvoorbeeld kunnen kijken naar stofjes in de hersenen die bij de mens in verband worden gebracht met bepaalde gevoelens. Maar ook dan blijft het de vraag of een dier onder invloed van hetzelfde stofje ook hetzelfde voelt.

Er is onderzoek gedaan naar het lachen van ratten. Jazeker: ratten kunnen lachen! Of ze ook humor hebben is niet bekend ;-) maar ze maken tijdens het spelen een bepaald geluid dat opgevat zou kunnen worden als "lachen". Het menselijk oor kan deze hoge frequentie (50 kHz) niet horen, maar met behulp van een ultrasone detector kunnen we het wel hoorbaar maken. Deze 50-kHz-geluidjes blijken samen te hangen met hogere waarden van dopamine, een stofje in de hersenen dat bij mensen voor positieve emoties zorgt.

Het spinnen van een kat is ook een signaal dat het dier zich op zijn gemak voelt (hoewel ze het bij pijn juist ook kunnen doen). Net als het kwispelen van een hondenstaart. Honden en katten zijn dieren die ook als ze volwassen zijn blijven spelen. Dat zou deels door domesticatie kunnen komen, maar ook volwassen wilde dieren spelen soms nog. Waarom zouden ze dat doen? Jonge dieren zouden spelenderwijs vaardigheden kunnen leren die ze in hun volwassen leven nodig hebben. Volwassen dieren zouden hun techniek door spel kunnen verfijnen. Maar het kan ook zijn dat ze het gewoon leuk vinden!
Zeg nou zelf, dit ziet er toch leuk uit?




17 december 2012

Aangespoelde walvissen

Afgelopen zaterdag was het weer raak: een potvis spoelt aan op het strand van Texel. Eerder spoelde woensdag de beroemde bultrug Johannes aan. Volgens de site www.walvisstrandingen.nl zijn er in 2012 al 668 walvissen aangespoeld in Nederland. Dit zijn vooral bruinvissen en in verreweg de meeste gevallen zijn de dieren al dood. Dit is een aardig hoog getal in vergelijking met voorgaande jaren, hoewel 2011 met rond de 850 dode bruinvissen niet overtroffen zal worden.
Waarom spoelen walvissen aan? Voor het aanspoelen van dode dieren wordt vaak de wind als oorzaak gezien. Deze dieren kunnen door natuurlijke omstandigheden om het leven zijn gekomen of door menselijke verstoring. Ze kunnen bijvoorbeeld gewond raken door aanvaringen met schepen, stikken in netten of teveel giftige stoffen binnen krijgen. Levende walvissen die stranden zijn vaak verstoord in hun oriëntatie, bijvoorbeeld door luidruchtige werkzaamheden op boorplatformen en zeevaart. Ook klimaatveranderingen zouden ervoor kunnen zorgen dat de leefgebieden en trekroutes van walvissen verschuiven.
Er worden wel maatregelen genomen om onnodig walvisleed te voorkomen. Vissers proberen bijvangst van walvisachtigen zoveel mogelijk tegen te gaan en op het lozen van gif staan hoge straffen. Ook proberen wetenschappers meer te weten te komen over de leefwijze van walvissen, zodat we deze bedreigde diersoort beter kunnen beschermen.

16 december 2012

Rouw bij dieren?

Tijdens mijn studie heb ik gedragsobservaties aan een groep makaken gedaan. Toen er bij 1 van de vrouwtjes een jong dood werd geboren, bleef ze het aapje bij zich houden. Ze droeg het overal mee naar toe, hield het dicht tegen zich aan gedrukt, vlooide het en beschermde het tegen andere individuen uit de groep, zoals ze ook bij een levend jong zou hebben gedaan. De andere apen in de groep leken nieuwsgierig, maar mochten het diertje niet aanraken. Ik vond het erg indrukwekkend om te zien hoe de moeder met het levenloze lichaampje rondsjouwde. Het was een groep in gevangenschap, dus na enkele dagen heeft een verzorger het lijkje uit het hok verwijderd. De moeder begon het toen al vaker neer te leggen en achter te laten, maar keerde wel steeds terug. Het blijft raden naar waarom deze makaak zich op deze manier gedroeg. Zou ze niet geweten hebben dat het jong dood was? Had ze moeite om het in de steek te laten door de zwangerschapshormonen die haar klaarstoomden voor het moederschap? Of was ze bezig met een soort van rouwverwerkingsritueel? Kunnen we in dit geval spreken over 'rouw'?

Jaren later zag ik het volgende filmpje op Youtube, waarin een groep chimpansees afscheid lijkt te nemen van een overleden groepsgenoot:


Olifanten lijken ook begrip te hebben van de dood. Ze bedekken dode lichamen met takken en bladeren, bezoeken het graf meerdere malen en geruime tijd na het overlijden, raken de botten van overleden olifanten aan en staan stil op plekken waar groepsgenoten zijn overleden. Soortgelijke gedragingen zijn ook bij andere dieren gezien, zoals bijvoorbeeld bij gorilla's, bavianen, dolfijnen, zeeleeuwen, wolven, kraaien en eksters. Dat maakt het aannemelijk dat er een reden achter dit gedrag zit en het op een of andere manier voordeel oplevert. Naast controleren of een dier echt dood is, zou een verklaring voor het onderzoeken van het karkas ook kunnen zijn om informatie te krijgen over de doodsoorzaak (ziekte, jagers of andere bedreigingen?). Dit zou waardevol kunnen zijn voor het beschermen van het individu zelf en/of de rest van de groep. Het gezamenlijk bijeenkomen bij een overledene zou een sociale reden kunnen hebben, bijvoorbeeld om de groepsband te versterken en/of door nieuwe relaties in de groep te vormen, denk bijvoorbeeld ook aan verschuivingen in de dominantiehiërarchie. Verdriet en rouw kunnen ook gezien worden als noodzakelijke tegenhangers van gelukkige gevoelens. Ik vind het in ieder geval heel intrigerend om over dit soort gedragen te lezen. Of het nou wel of niet 'rouw' genoemd kan worden.


Foto door Wilson Hsu
Referenties:
Bekoff M. 2009. “Animal emotions, wild justice and why they matter: Grieving magpies, a pissy baboon, and empathic elephants”, Emotion, Space and Society, vol. 2(2), pp. 82-85.
Iglesiasa T.L., McElreatha R. & Patricellia G.L. 2012. “Western scrub-jay funerals: cacophonous

aggregations in response to dead conspecifics”, Animal Behaviour, vol. 84(5), pp. 1103-1111.

Vogels gebruiken óók gereedschap!

Dat verschillende vogelsoorten speciaal aan hun habitat en voedselkeuze aangepaste snavels en klauwen hebben, is overduidelijk. Maar dat ze ook losse voorwerpen als gereedschap kunnen gebruiken is minder bekend. Zowel in het wild als in gevangenschap zijn vogels geobserveerd die gereedschap gebruiken om bij voedsel te komen dat anders onbereikbaar zou zijn. Zo was er bijvoorbeeld Betty de kraai, die haar onderzoekers versteld deed staan. Betty speelde het namelijk klaar om, zonder dat dit haar geleerd was, een haakje te buigen van een stukje ijzerdraad, om zo een emmertje met voedsel uit een verticale buis omhoog te trekken. Dit gebeurde tijdens een experiment waarbij twee vogels de keuze kregen tussen een recht stukje ijzerdraad en een kant-en-klaar haakje. Betty’s partner ging er echter met het haakje vandoor, waardoor er voor Betty alleen een niet-functioneel stukje draad over bleef. Betty loste dit probleem slim op door haar eigen haakje te produceren!

Nieuw-Caledonische kraaien (Corvus moneduloides), de soort waartoe Betty behoorde, staan erom bekend dat ze in het wild verschillende soorten gereedschap gebruiken en maken. Zo breken ze bijvoorbeeld takjes af om insecten uit boomstammen te prikken en maken reepjes van bladeren om voedsel van onder kieren uit te vegen.

Het gebruik van gereedschap werd lang gezien als een typisch menselijke eigenschap. Het blijkt echter voor te komen bij verschillende diersoorten. Zo ook bij veel van onze gevederde vriendjes; van kleine zangvogeltjes tot grote papegaaien. Enkele voorbeelden: aasgieren gebruiken stenen om eieren kapot te slaan, sommige kraaien en reigers gooien aas in het water om vissen te lokken, merels gebruiken stokjes om voedsel in de sneeuw te vinden, vliegenvangers vissen met steeltjes naar termieten, ooievaars brengen water naar hun jongen met behulp van natte stukjes mos en sommige spechten hollen stukken boomschors uit om honing naar hun jongen te kunnen brengen.

Dit klinkt allemaal erg slim, maar snappen deze vogels ook werkelijk hoe het gereedschap werkt? Hebben ze inzicht in de situatie en kunnen ze daardoor voorspellen welke stappen er nodig zijn om tot het gewenste resultaat te komen? Wetenschappers hebben verschillende testen ontwikkeld om deze vraag te kunnen beantwoorden. Zo is er bijvoorbeeld de ‘trap tube’ test; in een doorzichtige buis met een val in het midden wordt een beloning naast de val gelegd. De bedoeling is dat het dier (of de testpersoon) met behulp van een stok het voedsel uit de buis schuift. Wordt de stok aan de verkeerde kant in de buis gestoken, dan belandt de beloning door de zwaartekracht in de val. Grappig is om te vermelden dat jonge kinderen dit nog niet snappen, pas vanaf ongeveer vijf jaar oud voeren ze de proef correct uit. Kraaiachtigen doen de test opvallend goed: het slagingspercentage is zelfs hoger dan dat van chimpansees.

Kraaien lijken dus het begrip van zwaartekracht te snappen. Maar hebben ze nu ook echt inzicht, zoals wij mensen? Die vraag is nog moeilijk te beantwoorden. Hoewel sommige resultaten van onderzoeken hier wel op lijken te wijzen, zouden simpele leerprocessen dit zogenaamde ‘intelligente gedrag’ misschien ook kunnen verklaren. Wetenschappers blijven de testen verfijnen, door experimentele opstellingen te bedenken waarbij meerdere stappen nodig zijn of door de vogels uit verschillende soorten gereedschap te laten kiezen (bijvoorbeeld dunnere/dikkere en langere/kortere stokjes) waarvan slechts één soort bruikbaar is. Roeken en kraaien speelden het klaar om, tijdens hun eerste poging en zonder eerdere training, meerdere stappen in de juiste volgorde te doorlopen om bij hun beloning te komen.
Het kiezen van gereedschap met de juiste afmetingen lijkt voor meer problemen te zorgen. Zowel spechtvinken als Nieuw-Caledonische kraaien maken aanvankelijk vaak een verkeerde keuze. Ze zijn echter wel in staat om hun fout in te zien en tijdens een tweede poging een geschikter voorwerp uit te zoeken. Maar laat men de kraaien zelf hun gereedschap maken, dan lukt het ze wel meteen om de juiste afmetingen te bepalen.

Het gebruiken en zelf maken van gereedschap wordt gezien als één van de belangrijkste stappen in de evolutie van de mens. Hierdoor is het voor veel mensen onvoorstelbaar dat vogels, met hun kleine hersenen, vergelijkbaar intelligent gedrag laten zien. Of ze nu echt inzicht hebben of niet, vogels blijven ons verbazen met hun opmerkelijke gedrag en innovatieve oplossingen voor problemen.


 

Referenties:
Chappell, J. 2006, "Avian cognition: understanding tool use", Current Biology, vol. 16, no. 7, pp. 244-245.

Lefebvre, L., Nicolakakis, N. & Boire, D. 2002, "Tools and brains in birds", Behaviour, vol. 139, no. 7, pp. 939-973.

Weir, A.A.S., Chappell, J. & Kacelnik, A. 2002, "Shaping of hooks in New Caledonian crows", Science, vol. 297, no. 5583, pp. 981.